Zo bouw je een netwerk op tijdens je studie
De meeste goede baantips komen niet van je beste vrienden, maar van losse kennissen (Granovetter, 1973). Netwerken als student draait vooral om één ding: je kring van kennissen vergroten. Niet handig doen, niet opdringerig zijn. In Nederland heb je vijf belangrijke kanalen: je jaargenoten, je studievereniging, gezelligheidsverenigingen en disputen, hoogleraren en alumni, en stages of commissiewerk. Het meeste levert pas over twee tot vijf jaar iets op, niet over twee tot vijf weken. De jaargenoot naast je in de werkgroep is over zes jaar de leidinggevende die over je sollicitatie beslist.
Waarom losse kennissen belangrijker zijn dan je vrienden
Waarom losse kennissen belangrijker zijn dan je vrienden
Het idee dat juist je beste vrienden je het beste aan een baan helpen, klopt grotendeels niet.
In 1973 publiceerde socioloog Mark Granovetter een artikel met de titel "The Strength of Weak Ties" in de American Journal of Sociology. Het is een van de meest geciteerde artikelen in de sociale wetenschappen, en de kerngedachte staat al meer dan vijftig jaar overeind.
Granovetter onderzocht 282 Amerikaanse mannen om uit te zoeken hoe ze aan hun baan waren gekomen. Hij verwachtte dat de beste tips uit de kring van goede vrienden en familie zouden komen, de zogeheten sterke contacten. Dat bleek niet zo. Het waren juist de losse kennissen en oppervlakkige contacten die de bruikbare tips opleverden. Mensen die hun baan via een goede vriend hadden gevonden, hadden bovendien vaker langere periodes zonder werk gezeten dan mensen die het via een losse kennis hadden geregeld.
Hoe dat komt
Je beste vrienden weten ongeveer hetzelfde als jij. Ze zaten in dezelfde collegezaal, lezen dezelfde appgroepen, kennen dezelfde mensen. De informatie die zij hebben over banen en kansen overlapt voor het grootste deel met wat jij al weet.
Je losse kennissen leven in net iets andere werelden. De jaargenoot naast wie je elke week in een werkgroep zit. De alumnus die je tien minuten sprak op een carriereavond. De vierdejaars uit je studievereniging die vorig jaar is afgestudeerd. Zij krijgen kansen onder ogen die jij anders nooit zou horen.
Wat dit voor studenten betekent
Netwerken als student draait vooral om een ding: het aantal losse kennissen vergroten. Niet de banden met je goede vrienden verstevigen, want die ontstaan vanzelf in het dagelijks leven van je studie. Praktisch gezien: vijftig mensen een keer ontmoeten is nuttiger dan vijf mensen tien keer.
Dit verandert ook wat "goed in netwerken" eigenlijk inhoudt. Het gaat niet om charmant of extravert zijn. Het gaat erom dat je aanwezig bent op plekken waar veel losse contacten elkaar treffen, dat je herkenbaar bent, en dat je iemand bent die anderen over een paar jaar terug kunnen plaatsen wanneer ze jou nodig hebben.
De vijf netwerken die je als student tot je beschikking hebt
De vijf netwerken die je als student tot je beschikking hebt
Elk netwerk heeft een eigen vorm, tijdsinvestering en moment waarop het zich uitbetaalt. Welke je als eerste opzoekt, scheelt een hoop.
Hieronder de korte versie. Sectie 3 tot en met 7 behandelen elk kanaal in detail.
Jaargenoten
De 30 tot 200 mensen in jouw studiejaar. Geen extra tijdsinvestering nodig, je ziet ze toch elke week. Betaalt zich vooral uit vanaf jaar 5+, als jaargenoten leidinggevende posities innemen.
Studievereniging
Studie-specifieke vereniging met carrière-activiteiten. Lage tot gemiddelde tijdsinvestering: lidmaatschap is goedkoop, commissiewerk kost meer. Betaalt zich uit in jaar 2 tot 4 via stages, traineeships en eerste baan.
Gezelligheidsvereniging of dispuut
Traditionele studentenvereniging en haar besloten onderdelen. Hoge tijdsinvestering: tijd, geld en een intensieve introperiode. Betaalt een leven lang uit, vooral sterk binnen bepaalde Nederlandse sectoren.
Hoogleraren en alumni
Docenten van je faculteit en oud-studenten van je opleiding. Lage tijdsinvestering als je het goed aanpakt: één kop koffie, één mail. Betaalt uit bij stages en eerste baan.
Stages en commissiewerk
Echt werk samen met professionals of medecommissieleden. Gemiddelde tot hoge tijdsinvestering, maar echte werkervaring. Betaalt zich verspreid uit over jaar 2 tot 10: stagecontacten worden collegareferenties.
Deze kanalen sluiten elkaar niet uit. De meeste studenten kiezen er twee of drie waarin ze investeren. De truc is om niet alle vijf tegelijk te willen doen.
Studieverenigingen
Studieverenigingen
Misschien wel het meest onderschatte carrièrekanaal op de Nederlandse campus.
Bijna elke opleiding in Nederland heeft een eigen studievereniging. Dat is een door studenten gerunde vereniging die gekoppeld is aan één specifieke studie, bijvoorbeeld psychologie, economie, civiele techniek of geschiedenis. Het lidmaatschap kost meestal 20 tot 40 euro per jaar, en daar krijg je flink wat carrièrewaarde voor terug.
Wat studieverenigingen doen
- Carrière-activiteiten en bedrijfsbezoeken. De grotere studieverenigingen organiseren er tientallen per jaar, met werkgevers van Big 4 en consultancies tot lokale partijen binnen het vakgebied.
- Mentoring door oudere studenten. Vierde- en vijfdejaars helpen jongere leden vaak met vakken kiezen, stages zoeken en hun CV doorlopen.
- CV-boekjes en toegang tot recruiters. Sommige studieverenigingen brengen jaarlijks een boekje uit met cv’s van leden, dat naar partnerwerkgevers gaat. Een laagdrempelige manier om op de radar te komen.
- Inhousedagen en case-events. Een dag bij één werkgever, met een kleine groep studenten. Heel effectief om namen en gezichten op te bouwen.
- Sociale activiteiten rondom je studie. Borrels, etentjes, studiereizen. De gezellige kant.
Hoe je jouw studievereniging vindt
Zoek op de naam van je opleiding plus ‘studievereniging’. Vrijwel elke Nederlandse universiteit heeft een overzicht. Een paar voorbeelden om het patroon te herkennen: Asset (Tilburg, economie en bedrijfskunde), Sefa (UvA, economie), Aenorm (UvA, econometrie), MIS (RUG, international business), Panacea (RUG, geneeskunde) en JFV Groningen (RUG, rechten).
Op een universiteit (WO) zit de studievereniging meestal op het niveau van één bachelor- of masteropleiding. Op een hogeschool (hbo) ligt het equivalent vaak op faculteitsniveau.
Hoe je het effectief gebruikt
Word lid aan het begin van je studie, het liefst in je eerste jaar. Kom een paar keer per semester langs op een activiteit. Je hoeft geen commissie te doen, al is één jaar commissiewerk wel het sterkste CV-signaal dat dit kanaal je oplevert. Een commissie staat op je CV als concrete ervaring met leidinggeven, en je bouwt er een klein groepje hechtere contacten mee op bovenop de bredere groep losse kennissen.
Gezelligheidsverenigingen en disputen
Gezelligheidsverenigingen en disputen
Echte instituties met echte netwerkwaarde, maar duur, intensief en niet voor iedereen. Goed om te weten wat ze precies inhouden voordat je beslist.
‘Gezelligheidsvereniging’ is een onhandige naam voor wat het eigenlijk is. De grote (in spreektaal vaak ‘het corps’) zijn een paar van de oudste instituten in het Nederlandse studentenleven. Sommige bestaan al meer dan tweehonderd jaar. Leden houden vaak hun hele leven contact, en de alumninetwerken zijn sterk, vooral in vakgebieden als bankieren, advocatuur, consultancy en politiek.
Een paar om te herkennen
- Vindicat atque Polit (Groningen). Het corps van Groningen, opgericht in 1815. Bekend om traditionele cultuur en het grootste alumninetwerk in het noorden van het land.
- L.S.V. Minerva (Leiden). Opgericht in 1814, de oudste van Nederland. Onder de alumni: koning Willem-Alexander.
- L.V.V.S. Augustinus (Leiden). Grote traditionele vereniging, met een bredere uitstraling dan Minerva.
- A.S.C./A.V.S.V. (Amsterdam). Het Amsterdams Studentencorps en de vrouwelijke tegenhanger.
- U.S.C. (Utrechtsch Studenten Corps). Het corps van Utrecht.
- D.S.C. (Delftsch Studenten Corps). Het corps van Delft, vooral relevant binnen technische studierichtingen.
Binnen de meeste van deze verenigingen bestaan ook disputen: besloten subverenigingen binnen het bredere corps. Een dispuut is in de kern een klein gezelschap van 20 tot 60 leden dat samen eet, samen drinkt en decennialang met elkaar in contact blijft. Het grootste deel van de levenslange netwerkwaarde loopt uiteindelijk via dat dispuut, niet via de overkoepelende vereniging.
Wat je er feitelijk uit haalt
Een echt, duurzaam netwerk. Leden blijven vaak hun hele leven nauw verbonden. Reünies worden tientallen jaren na het afstuderen nog goed bezocht. Binnen bepaalde Nederlandse vakgebieden (denk aan corporate law, banken, consultancy) kan een corps-achtergrond een betekenisvol zacht signaal zijn in een aannameproces, en dispuutsleden helpen elkaar onderling vaak met carrièrestappen.
Daarnaast krijg je veel vrienden, een sociale structuur voor de rest van je studie, en de ervaring om deel uit te maken van een eeuwenoude instelling. Voor veel huidige leden weegt die niet-zakelijke kant het zwaarst.
De eerlijke nadelen
- Tijd. Lid zijn is zelden een deeltijdverplichting, zeker niet in het eerste jaar.
- Geld. Lidmaatschap, plus dispuutsbijdrage, plus borrelrondes, plus activiteiten, plus vaak een sportsubvereniging. Een paar honderd euro per jaar is normaal, soms meer.
- De introductieperiode (ontgroening). De meeste corpora hebben een intensieve introperiode voor nieuwe leden. Bij een aantal verenigingen heeft dat in het verleden ontaard in hazing-achtige praktijken, met periodieke schandalen (vooral Vindicat is een paar keer in het nieuws gekomen). Bij de meeste verenigingen is er hervorming geweest, maar de ervaring verschilt sterk per vereniging en is niet voor iedereen. Lees recente artikelen over de specifieke vereniging voordat je beslist.
- De cultuur. De traditionele cultuur past sommige studenten en voelt voor anderen vreemd. Er is geen schande in besluiten dat het niets voor jou is.
ESN, AEGEE en commissiewerk
ESN, AEGEE en commissiewerk
Minder bekend dan het corps, vaak meer carrièrerelevant. Sterk cv-signaal en een breder kringetje aan contacten.
Naast de studievereniging-en-corps-tweedeling bestaat er een grote tussenlaag aan verenigingen die internationaler, maatschappelijker of praktischer zijn. De meeste staan open voor iedereen.
ESN (Erasmus Student Network)
Aanwezig in achttien Nederlandse studentensteden, waaronder Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Groningen, Leiden, Delft, Maastricht, Nijmegen, Tilburg, Wageningen en Twente. Oorspronkelijk gericht op het opvangen van uitwisselingsstudenten, inmiddels een brede sociale club met wekelijkse activiteiten, uitstapjes, feestjes, buddyprogramma's en meer.
ESN is een sterke vereniging als je een internationaler kringetje wilt opbouwen tijdens je studie. Het lidmaatschap is goedkoop (rond de 5 tot 10 euro per jaar). De commissiestructuur (activiteiten, communicatie, partnerships, penningmeester) levert je concrete leiderschapservaring op die goed staat op je cv.
AEGEE (European Students' Forum)
AEGEE is een zustervereniging van ESN, gericht op Europese integratie, maatschappelijke betrokkenheid en jongerenbeleid. In Nederland kleiner dan ESN, maar goed gevestigd in steden als Utrecht, Delft en Amsterdam. Het cv-signaal is sterk als je later richting EU-instellingen, beleid of internationale betrekkingen wilt.
Faculteitsraad en opleidingscommissie
Elke Nederlandse faculteit heeft een faculteitsraad, en de meeste opleidingen hebben een opleidingscommissie. Beide bestaan om studenten een formele stem te geven in het bestuur. De tijdsinvestering is meestal beperkt (een vergadering per maand is normaal), en je zit regelmatig om tafel met senior docenten.
Vanuit netwerkperspectief is dit een van de meest geconcentreerde plekken waar je losse kennissen kunt opbouwen. Je leert hoogleraren en stafmedewerkers kennen vanuit een werksetting, niet vanuit hun collegezaal. Dat verandert de relatie.
Maatschappelijke en vakgebonden commissies
Voorbeelden: studentenpartijen in de universiteitsraad, studentenbladen, duurzaamheidscommissies, debatverenigingen of Model UN. Smaller bereik dan ESN, maar sterker signaal binnen het eigen domein. Twee jaar penningmeester van de winnende universiteitsraadpartij is een serieuze cv-regel.
Commissiewerk in het bijzonder
Een jaar in een commissie is wat het lidmaatschap omzet in een echt netwerk. Met lidmaatschap sta je op de mailinglijst en in de zaal. Met commissiewerk bouw je de relaties op.
Commissiewerk leest ook goed op een cv. Vergelijk twee regels. "Lid, studievereniging X, 2022-heden." Versus "Penningmeester, studievereniging X, 2024-2025: jaarbudget van 80.000 euro beheerd, vier grote evenementen georganiseerd, team van vijf aangestuurd." Je cv heeft concrete signalen nodig, en commissiewerk levert die.
Hoogleraren en alumni
Hoogleraren en alumni
Wordt door veel studenten overgeslagen. Per geïnvesteerd uur het hoogste rendement van alle kanalen.
Waarom hoogleraren netwerkknooppunten zijn
De meeste studenten zien hoogleraren alleen als de mensen voor de collegezaal en als beoordelaars. Dat onderschat hun netwerkpositie. Een hoogleraar binnen jouw vakgebied kent honderden mensen in dat vakgebied, zowel in de wetenschap als in het bedrijfsleven. Ze schrijven aanbevelingsbrieven. Ze worden uitgenodigd voor congressen. Ze hebben tientallen scripties begeleid, en veel van die studenten zijn via die scriptie bij een werkgever terechtgekomen.
Heb je goed gepresteerd in hun vak en kennen ze je naam, dan is vragen om een kwartiertje koffie om je carrièrerichting te bespreken een normaal en welkom verzoek. De meeste hoogleraren zeggen ja, zeker tegen betrokken studenten. Het gesprek levert zelden direct een baan op, maar wel iemand die je kan introduceren bij een ander, een aanbevelingsbrief kan schrijven, of je kan wijzen op een route die je nog niet kende.
Hoe je het vraagt
Een mail is prima. Hou hem kort. Geef specifiek aan waarom je juist deze persoon mailt, en niet een willekeurige hoogleraar. "Ik volgde uw vak over X vorig semester, en uw college over Y bleef hangen. Ik begin na te denken over wat ik na mijn studie ga doen, en ik zou graag een kwartiertje van uw tijd willen om een paar vragen te stellen over hoe iemand het [vakgebied] in komt. Zou een koffie binnen de komende weken passen?"
Drie dingen om te vermijden. Vaag zijn ("zou ik een keer over mijn carrière kunnen praten"). Eisend overkomen ("wanneer kunt u deze week"). Of hulp vragen bij een specifieke sollicitatie voordat je eerder contact hebt gehad. Een verzoek uit het niets werkt veel slechter dan een verzoek dat ergens op voortbouwt.
Alumni
De meeste Nederlandse universiteiten hebben een alumnidatabase. Gebruik die. Het patroon dat werkt: zoek alumni in het vakgebied of bij het bedrijf waar je nieuwsgierig naar bent. Zoek er een of twee die vijf tot tien jaar geleden zijn afgestudeerd. Recent genoeg om zich het studentenbestaan nog te herinneren, gevestigd genoeg om nuttig advies te kunnen geven. Stuur een korte mail.
Alumni in hun late twintiger of vroege dertiger jaren reageren opvallend vaak op huidige studenten van dezelfde opleiding. De gedeelde achtergrond, zelfde universiteit en zelfde studie, is een sterk signaal. Ze hebben in jouw stoel gezeten en weten nog hoe dat voelde.
De koude mail die werkt
Drie zinnen. Wie je bent (huidige student in dezelfde opleiding die zij hebben gedaan). Waarom je mailt (specifiek aan hun loopbaan gerelateerd, niet generiek). Wat je vraagt (een kwartier via videogesprek, koffie of telefoon, flexibel qua tijdstip).
Voorbeeld: "Hoi [naam], ik zit op het moment in mijn tweede jaar van de opleiding [opleiding] aan [universiteit], dezelfde studie die jij in 20XX hebt afgerond. Op de alumnipagina zag ik dat je nu bij [bedrijf] in [functie] werkt, een richting waar ik over nadenk. Zou ik je een kwartier mogen vragen om er een paar vragen over te stellen? Online, in persoon of telefonisch, en helemaal flexibel qua tijdstip."
Stages en projectwerk als netwerk
Stages en projectwerk als netwerk
Een stage is in de eerste plaats een netwerk-event. De werkervaring is bijvangst.
De meeste studenten zien een stage als een manier om werkervaring op te doen, met het netwerk als bonus. Het werkt eigenlijk andersom. Drie maanden bij een bedrijf levert je een klein stukje werkervaring op, maar ook een serieus aantal losse kennissen. Het team waar je bij zat. De manager die je werk beoordeelde. De andere stagiairs van andere universiteiten. De senior mensen die je tijdens vergaderingen voorbij zag komen.
Twee tot drie jaar later, als je solliciteert op je eerste echte baan, zijn dat precies de mensen die je intern kunnen aanbevelen, voor je in kunnen staan, of je kunnen tippen over een opening voordat die online staat.
Wat je tijdens de stage doet om dat netwerk op te bouwen
- Lunch met verschillende mensen. Trek niet automatisch op met de andere stagiairs. De helft van je netwerkwaarde zit in de senior teamleden waar je anders amper mee zou praten.
- Vraag zelf om koffiegesprekken. Plan tijdens de stage een of twee koffiegesprekken met senior mensen. "Ik ben mijn stage aan het afronden en ik zou graag een paar vragen stellen over jouw carriereverloop voordat ik vertrek." Bijna iedereen zegt ja.
- Stuur op je laatste dag een persoonlijk bedankmailtje aan de 5 tot 10 mensen waar je het meest mee hebt gewerkt. Geen groepsmail. Individuele berichten. Dat zijn de mensen die jou over twee jaar nog kunnen plaatsen.
- Verbind binnen een week op LinkedIn met al die mensen. Geen toelichting nodig; je hebt net met ze gewerkt, de context spreekt voor zich.
- Houd het contact warm. Stuur een tot twee keer per jaar een korte update, vooral aan je direct manager. Twee zinnen: "Hoi [naam], ik wilde even laten weten dat ik aan mijn master ben begonnen. Hoop dat het goed gaat bij [bedrijf]." Zo blijft het contact levend zonder veel moeite.
Projectwerk en commissiewerk als kleinere variant
Past een lange stage niet in je opleiding, dan gaat dezelfde logica op voor stevig commissiewerk, een afstudeerproject met een bedrijfspartner, of een project dat je met medestudenten optuigt. Het netwerk dat je dan opbouwt heeft een vergelijkbare vorm: een klein groepje mensen dat je over weken of maanden echt werk heeft zien doen.
Hoe je het gesprek daadwerkelijk voert
Hoe je het gesprek daadwerkelijk voert
Een gesprek tussen student en professional heeft een andere vorm dan een gesprek tussen vrienden of jaargenoten. Het juiste register maakt veel uit.
Wees specifiek over waarom juist deze persoon
"Zou ik je een keer over je carrière kunnen spreken?" is een vage vraag die de last bij de ander legt om uit te zoeken wat jij wilt weten. "Ik zag dat je van [vakgebied] naar [bedrijf] bent overgestapt. Ik denk over een vergelijkbare stap na. Kun je me daar iets over vertellen?" is specifiek en geeft de ander een duidelijk startpunt.
Stel vragen die je niet zelf kunt opzoeken
Vraag niet "wat doet een [functietitel]?" Dat staat online. Vraag wel "wat heeft jou verrast in [functie] dat je van buitenaf niet kon zien?", of "wat had je willen weten toen je nog studeerde?" Specifiek, persoonlijk, en het vraagt om hun oordeel, niet om hun geduld.
Vraag niet om een baan
In een informatiegesprek of koffie vraag je niet om een baan, een stage of een aanbeveling. Het gesprek gaat over informatie, niet over een tegenprestatie. Wil de ander verder helpen, dan biedt die dat vanzelf aan. Gebeurt dat, pak het dankbaar aan en kom terug op de afgesproken stappen. Gebeurt het niet, dan heb je nog steeds gekregen waar je voor kwam.
Dit voelt soms raar, maar het is precies wat de deur openhoudt. Mensen bevelen studenten aan die niet de indruk wekken hen te willen gebruiken. De rest niet.
Luister, probeer niet indruk te maken
Een veelgemaakte fout is je gesprekspartner willen imponeren met hoe goed je voorbereid bent, hoeveel je al hebt gedaan, hoe sterk je cv is. De ander hoeft niet onder de indruk te raken. Die wil het gevoel hebben dat er wordt geluisterd. Een goede vervolgvraag op iets wat ze drie minuten geleden zeiden levert meer op dan een goed ingestudeerd verhaaltje over jezelf.
Kom terug op het gesprek
Stuur binnen 24 uur een kort bedankje. Noem een concreet ding dat je gaat doen op basis van wat ze hebben gezegd. Een half jaar of een jaar later: stuur een korte update over wat dat heeft opgeleverd. "Je tipte me over [opleiding]; ik heb gesolliciteerd en ben aangenomen. Wilde dat even laten weten."
Die update-mail is de meest onderschatte zet in studentnetwerken. Hij kost je dertig seconden. Hij laat de ander weten dat hun advies ergens toe heeft geleid, en hij brengt jou weer in beeld op precies het moment dat je relevant wordt.
Wanneer levert het iets op?
Wanneer levert het iets op?
Je jaargenoot van nu is de hiring manager van over zes jaar. Dat klinkt abstract, maar het is precies hoe het werkt.
Begin van je studie (jaar 1 en 2)
Wees aanwezig. Word lid van je studievereniging. Ga naar een paar activiteiten. Probeer ESN als je een internationaler kringetje wilt. Leer je jaargenoten kennen. Maak je nog geen zorgen over optimaliseren. Je hoeft alleen aanwezig te zijn.
Wat dit oplevert in deze fase: niet veel dat direct meetbaar is. Je investeert voor later. De jaargenoot naast je in de werkgroep is een naam die je over vijf jaar nog kent, niet iemand die je over vijf weken ergens mee gaat helpen.
Halverwege je studie (jaar 2 en 3)
Doe een commissie. Neem een hoogleraar serieus. Loop een stage. Vraag oudere studenten naar hun stage-ervaringen. Dit is de fase waarin je studievereniging zich concreet begint terug te betalen: een specifieke carrièreactiviteit, een specifieke bedrijfsintroductie, een specifieke tip van een ouder lid over een recruiter.
Wat dit oplevert: je eerste stage, je eerste informatiegesprek met een alumnus, je eerste gevoel van hoe je netwerk eruit begint te zien.
Het einde van je studie en je eerste baan
Gebruik je netwerk nu actief voor je eerste baanzoektocht. De alumni die je in je derde jaar sprak kun je nu mailen over specifieke vacatures. De stagecontacten kunnen je intern aanbevelen. Commissiewerk staat op je cv als concrete ervaring met leidinggeven.
Wat dit oplevert: je eerste baan. Vaak via een contact, ook al verloopt de sollicitatie zelf formeel.
Vijf tot tien jaar na je afstuderen
Dit is de lange terugverdientijd die de meeste studenten niet zien aankomen. Je oud-jaargenoten zijn nu verspreid over werkgevers en sectoren, en groeien door naar functies waarin ze zelf mensen aannemen, recruiter worden, of beslissingen nemen. De vriend die tegelijk met jou is afgestudeerd is over acht jaar de persoon die solliciteert op de plek waar jij naartoe wilt.
De investering die je deed toen je twintig was, door ja te zeggen op een borrel, een commissie te doen of naar een carrièreactiviteit te gaan, betaalt zich hier het sterkst terug. Tegen de tijd dat je eind twintig bent is je netwerk van losse kennissen uit de studietijd je grootste troef.
Veelgestelde vragen
Ik ben introvert. Is netwerken dan niets voor mij?
Zeker wel. Het meeste wat als student werkt is gewoon ergens aanwezig zijn, niet de show stelen. Je hoeft niet op iedereen af te stappen. Je moet alleen in de zaal staan. Studenten die rustig maar regelmatig langskomen bij activiteiten bouwen vaak betere netwerken op dan degenen die een keer stevig binnenkomen en daarna verdwijnen. Mensen onthouden je niet om een spectaculair optreden, maar omdat ze je vaker tegenkomen. Trekken open netwerkbijeenkomsten je leeg, kies dan voor rustigere vormen: commissiewerk, gestructureerde activiteiten of vakgerelateerde borrels.
Zijn studentencorpora echt het lid worden waard?
Dat hangt af van je vakgebied, hoeveel tijd en geld je over hebt, en hoe goed de cultuur van die specifieke vereniging bij je past. Het levenslange netwerk is sterk, vooral binnen de Nederlandse advocatuur, het bankwezen, consultancy en politiek. Maar het is geen wondermiddel. Heel veel mensen met een mooie Nederlandse carrière hebben nooit in een corps gezeten. Overweeg je het: praat eerst uitgebreid met huidige leden en recent afgestudeerden, en lees de recente nieuwsgeschiedenis van die specifieke vereniging. De ervaring verschilt per vereniging en per jaar.
Hoe stuur ik een onbekende alumnus een mail zonder wanhopig over te komen?
Drie zinnen. Wie je bent en wat jullie verbindt (zelfde opleiding, zelfde universiteit, zelfde studievereniging). Waarom je mailt, specifiek gerelateerd aan hun loopbaan, niet generiek. Wat je vraagt: een kwartier via videogesprek of koffie, flexibel qua tijdstip. Bied geen excuses aan voor het mailen. Schrijf geen alinea over hoe enthousiast je over hun werkgever bent. Vraag niet om een baan. Hoe korter en specifieker de mail, hoe hoger de kans op een reactie.
Moet ik op LinkedIn zitten als student?
Ja, met een eenvoudig profiel. LinkedIn is het platform waar alumni en recruiters je opzoeken, dus afwezig zijn schaadt meer dan een bescheiden profiel. Maar je hoeft als student geen power user te zijn. Een schoon profiel met je opleiding, een foto en een korte About-sectie is genoeg, totdat je echte werkervaring kunt toevoegen.
Levert vrijwilligerswerk ook een netwerk op?
Ja, maar met een kanttekening. Vrijwilliger zijn op een carrièrebeurs is een zwakker netwerk dan er gewoon als student naartoe gaan. Vrijwilligerswerk zet je achter de inschrijftafel, niet in gesprek met recruiters. Gebruik vrijwilligerswerk daarom voor activiteiten waarbij de vrijwilligersrol zelf interactie oplevert (organiserende commissie, sprekersbegeleiding, breakout-coördinatie), niet voor inschrijftafel-diensten.
Met hoeveel mensen ‘moet’ ik netwerken?
Denk niet in aantallen, denk in gewoontes. Een studieverenigingsactiviteit per maand, een alumni-mail per semester, een koffie met een hoogleraar per studiejaar, en oprechte aandacht voor de jaargenoten naast je: dat is genoeg. Een kleine set herhaalde acties. Over vier jaar studie wordt dat een echt netwerk, zonder dat het ooit voelde als netwerken.
Mijn vrienden doen dit niet. Denk ik er te veel over na?
Nee, jullie denken er met zijn allen te weinig over na. Het grootste deel van het verschil tussen afgestudeerden eind twintig komt voort uit wat ze deden, of niet deden, in hun vroege twintigerjaren. Het werk is licht en de termijn lang, en juist daarom is het makkelijk om het over te slaan. Iets bewuster bezig zijn dan je vriendengroep tijdens je studie is een van de slimste zetten die je nu kunt maken.
Bronnen
- Granovetter, M. S. (1973). “The Strength of Weak Ties.” American Journal of Sociology, 78(6), 1360-1380. Het oorspronkelijke onderzoek.
- Granovetter, M. S. (1974, 2e editie 1995). Getting a Job: A Study of Contacts and Careers. University of Chicago Press. De boekuitwerking van het 1973-artikel, met het oorspronkelijke 282-persoonsonde
- Granovetter, M. S. (1983). “The Strength of Weak Ties: A Network Theory Revisited.” Sociological Theory, 1, 201-233. Granovetters eigen update na tien jaar vervolgonderzoek.
- Erasmus Student Network Nederland. ESN-NL heeft 18 actieve afdelingen in Nederlandse studentensteden. esn-nl.org
- Universiteit Leiden, overzicht studentenverenigingen. Uitgebreide directory van studie- en gezelligheidsverenigingen in Leiden. Vergelijkbare overzichten bestaan per universiteit.
- Rijksuniversiteit Groningen, overzicht studentenverenigingen. Beschrijving van Contractus (overkoepelend voor de Groningse gezelligheidsverenigingen) en de FAA (Faculteitsvereniging Assemblee voor stu
- Stanford News (2023). “The strength of weak ties.” Profiel van Mark Granovetter ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het oorspronkelijke artikel, met zijn eigen reflectie op de bevinding.
Netwerk opbouwen als student
Het lastigste aan netwerken als student is niet het doen. Het is het geduld. Het meeste wat je tussen je 18e en 22e investeert in losse kennissen betaalt zich terug als je 25, 28 of 30 bent. Dat is op het moment zelf moeilijk te zien, en precies daarom slaan de meeste studenten het over.
Aurora, de gratis AI-loopbaancoach van GradGuide, helpt je op weg. Aurora kijkt mee welke kanalen het best bij jouw situatie passen (opleiding, universiteit, studiejaar), helpt je een eerste alumni-mail opstellen, plant met je een jaar van laagdrempelig aanwezig zijn, en brengt in kaart welke studieverenigingen op jouw universiteit het relevantst zijn voor jouw vakgebied.
Wil je persoonlijk carrièreadvies? Vraag Aurora.
Vraag Aurora